Pieter Floore – Archeologie rond het Schermereiland en de Beemster
Vorig jaar is een zeer gewaardeerde collega, Gerard Alders, na een slepende ziekte overleden. Vlak voor zijn overlijden heeft hij gelukkig nog zijn proefschrift Het oerij heropend kunnen voltooien en verdedigen. Dat maakt zijn werk extra bijzonder en waardevol. Zijn onderzoek kenmerkte zich door een uitzonderlijk brede blik, maar richtte zich in het bijzonder op de archeologie en historische landschapsontwikkeling van Noord-Holland, met name Kennemerland en het gebied ten oosten daarvan, vanaf de middeleeuwen tot in de moderne tijd.
Binnen dat onderzoeksgebied neemt het Schermereiland een belangrijke plaats in. Het gebied vormt als het ware een knooppunt waar waterstaatkundige ontwikkeling, bewoning, religie, militaire geschiedenis en elitecultuur samenkomen. Vanuit het werk van Gerard wil ik een aantal thema’s voor het voetlicht brengen, juist omdat zijn onderzoek dat meer dan verdient en omdat het laat zien hoe rijk en gelaagd de geschiedenis van deze regio is.
In mijn lezing wil ik kort ingaan op een aantal samenhangende onderwerpen, namelijk forten, buitenplaatsen en kerken rondom het Schermereiland en in de Beemster. Dit zijn deels ook thema’s waar ik zelf, in verschillende projecten en onderzoeken, een bijdrage aan heb mogen leveren. Dat maakt het mogelijk om zijn academische onderzoek te verbinden met veldarcheologie, vondstmateriaal en concrete locaties in het landschap.
Meer specifiek zal ik mij richten op:
- de buitenplaatsen in de Beemster, als uitdrukking van rijkdom, landschapsinrichting en sociale geschiedenis;
- de kerken van Graft, als religieuze en maatschappelijke ankerpunten in het landschap;
- de forten van de Stelling van Amsterdam, met bijzondere aandacht voor het fort aan de Nekkerweg, als onderdeel van het militair-waterstaatkundige systeem dat dit gebied zo sterk heeft gevormd.
Het doel is om een verhaal te vertellen dat zowel inhoudelijk sterk als toegankelijk en aansprekend is, waarbij landschap, geschiedenis en archeologie samenkomen. Tegelijk is het ook nadrukkelijk een eerbetoon aan het werk van Gerard en de manier waarop hij naar dit gebied keek.
